Run, VNG, Run! (2)

Uiteraard plensregent het als we ’s nachts, over enen, met camper Frankie in op het terrein van GGZ-instelling Lentis in Zuidlaren aankomen. Samen met het ondersteuningsteam en team B, met daarin lopers Minguel, Colette, Jeroen, Irith en Ali, gaan we een korte nacht tegemoet in een van de gebouwen op het complex. Gelijk slapen gaat echter niet, aangezien we verkeerd begrepen hadden dat er bij aankomst opgemaakte bedden op ons zouden wachten. 

We treffen een warme maar lege slaapruimte aan. Maar ook dit breekt het geduld van team VNG niet. Bovendien heeft Lentis, naast slaapruimte, ook doorlopend koffie, broodjes en een warme douche in de aanbieding, en omdat veel van de deelnemende teams hier bivakkeren wordt het ’s morgens een gezelligheid van jewelste met veel bekende gezichten.

Zo kom ik na een nachtje van 2,5 uur ’s morgens Bert Stavenuiter van Ypsilon tegen in de doucheruimtes, maar het duurt wel even voordat hij mijn schaars geklede persoon herkent. En bij het ontbijt tref ik m’n vrienden van Dunk uit Groningen aan, die buiten tegenover de koffiebus een kraam met veel gezonds en zoets beschikbaar hebben gesteld. Binnen no time raken ze los.

Als we na het ontbijt rond tienen team B, dat van ’s nachts 1:00 uur tot half 6 vroeg in de ochtend de vierde etappe liep, wakker maken, vertrekken we met bestemming Eastermar. Dat is waar we team A aflossen, en niet geheel ontoevallig staat ook het huis van Elske’s ouders op die plek. Werden we gisteren al heel warm verwelkomd in het Hof van Windesheim, hier was dat zeer zeker niet minder. Als we daar aankomen stroomt het huis al snel vol met ons kleine blauwe leger van tien Socialrunners, plus we mogen douchen en krijgen koffie met Fries suikerbrood aangeboden.

Als team A eenmaal is afgelost begint voor mij de eerste etappe waarin ik ga lopen en fietsen. Etappe 6 voert van Eastermar tot Bolsward, en telt ruim 55 kilometers. Tot mijn blijdschap voltooi ik mijn runs zonder de hoestbuien die mij vorig jaar overvielen en hoewel ik ook harder liep dan vorig jaar ging het zelfs soepeler. Dat optimisme smoort als ik op de fiets stap en we tientallen kilometers met een stevige wind vol in het gezicht de Friese platte landen doorkruizen.

Omdat je als fietser dicht bij de loper blijft, om hem/haar te begeleiden en beschermen, moet je ongeveer met een gang van 10-12 kilometer per uur vooruitkomen. Dat betekende in ons geval stevig roterend (dus op een licht verzetje, met een zwaar verzet ga je immers vlug te snel) drie uur tegen de wind in fietsen. Niet zo gek dat het zuur voortdurend in mijn benen trekt, zeker als ultrarunner Jeroen, die zijn hand niet omdraait voor 80-100 km hardlopen door de Alpen, weer eens aan de beurt is om te lopen.

Moegestreden maar gelukkig rijden we ein-de-lijk Bolsward binnen. En tegelijk, vol ontzag, kijken we onze heroïsche aflossers van team A na, die met deze wind de Afsluitdijk gaan aanvallen, zonder de warmte en bijstand van een busje, met enkel fietsers en lopers. Voor ons rest een wederom geweldige maaltijd en een douche op de lokale stadscamping. 

Tot morgen!