Run, Social Run! (2)

Aan het eind van etappe drie, die begon in Deventer en zo’n 65 kilometer lang is, kom ik met subteam 1 ’s nachts om half vier aan op de camping in Balkbrug, dat bij Hardenberg hoort. Kim, Cecile, Fabio, Niki en Frank hebben allen 12-14 kilometer in de benen en verlangen naar een bed. Niet zo gek, want deze nacht was naast mistig ook erg koud, zelfs in de bus, waarin bovendien een zwerm insecten rondvloog.

Half zeven worden we weer gewekt, want het is nog een flink stuk naar het aflospunt bij het pittoreske Drentse Amen. Samen met Bernine zit ik in de gehuurde camper, die samen met een andere camper en een flinke aanhangwagen ons rijdende kamp is. We hebben een boeiend gesprek, waarin we het hebben over het feit dat jongeren er tegenwoordig allemaal hetzelfde uitzien en dat het zo zonde is dat wij mensen steeds minder waardering hebben voor alles dat anders is.

Als de helden waarmee ik de route Deventer – Balkbrug aflegde vanmorgen om half negen weer klaar staan om subteam 2  in Amen af te lossen zoek ik met Bernine naar de volgende camping. Deze is na een minuutje of 40 gevonden, en naast dat de zon flink is gaan schijnen is het Aukje die bovendien douchekaarten uitdeelt. Heerlijk als alles zo gesmeerd loopt.

En zo snel als ik stelde dat het gesmeerd liep komt het bericht dat Niki -van subteam 1, dat etappe vier loopt- haar knie heeft geblesseerd. Ze wordt op dit moment vervangen door chauffeur Steffan. Omdat ik mijn hardloopschoenen voor de zekerheid mee heb genomen kan ik haar in latere etappes vervangen.

Eigenlijk heb ik sinds mijn kniekwetsuur -opgelopen in mei, met een potje voetbal op IJsland- niet meer hard gelopen, en ik zal dan ook wel kapot gaan als het vanmiddag zo ver is. Vorig jaar -met Dunk- ben ik ook ingevallen, toen ging de eerste twee kilometer erg beroerd, maar heb ik er uiteindelijk twaalf gelopen.

Om 12:30 uur sta ik samen met subteam 2 klaar om team 1 af te lossen. Deze zesde etappe, die de helft van de Social Run markeert en loopt van Bakkeveen naar Warten, Friesland, is voor mij de eerste waarin ik daadwerkelijk kilometers zal gaan hardlopen. Na wat rekken en strekken wordt ik afgetikt door Anne en draaf ik een kilometer probleemloos over het Friese platteland. De wegen zijn hier lang en recht en dat heeft als voordeel dat ik onze bus kan zien, die aan het eind van mijn route staat.

Met de tong op mijn schoenen kom ik bij de bus aan, waar mijn teamgenoten staan te juichen. Uiteraard heb ik veel te hard gelopen, gesteund door de gedachten dat het “maar” twee kilometertjes zijn en dat mijn teamgenoten veel en veel meer hebben moeten afzien. Tijdens het hardlopen heb ik echter zoveel in- en uitgeademd dat een enorme hoestbui mij verlet dit aan m’n teamgenoten uit te kunnen leggen.

Gelukkig is mijn geblaf voorbij als we bij de boerderij in het Eastermar aankomen die ik voor het gemak maar even de Astare-boerderij noem. Traditioneel stoppen de Social Run teams hier elk jaar voor een snelle pannenkoek en wat spirit van Astare in de Zorg, in de vorm van bemoedigingen en de terecht geprezen stem van Judy Blank.

En als de pannenkoeken binnen zijn is het nog iets meer dan één marathon voordat we uitzien naar de grootste hindernis van deze run: de Afsluitdijk. Volop de mist, kou, duisternis in! Hoe dat verloopt lees je morgen!