Ondanks dat ik mijn eerste auto kreeg was ik toch twee dagen lang helemaal kapot. Want op zes mei, zeventien jaar geleden werden de verkiezingen van 2002, die ik voor het eerst in mijn leven op de voet volgde, vermoord door beroepsactivist Volkert. De afschuwelijke beelden waarop ambulancepersoneel vergeefs de neergeschoten Pim Fortuyn probeert te reanimeren staan in mijn geheugen gegrift. Het deed me beseffen dat je in Nederland dus nog steeds gedood kunt worden om je politieke kleur of opvattingen.

Misschien wel juist omdat Pim vermoord is probeer ik me zoveel mogelijk open te stellen voor politieke geluiden die niet meteen de mijne zijn. Want zolang ze democratisch zijn en zich aan de wet houden verdienen ze het gehoord te worden en bovendien ga je anderen beter begrijpen door naar ze te luisteren. Het zou best hierom kunnen zijn dat ik -destijds voornemens Fortuyn te stemmen- wat linkser ben geworden met de jaren, al is het ook heel goed mogelijk dat de Nederlandse politiek in het algemeen vooral naar rechts is opgeschoven.

Na Pims dood besloot ik VVD te gaan stemmen, waarna ik uiteindelijk bij D66 terechtkwam. Maar nadat ik zag hoe deze partij pal achter een liegende minister bleef staan raakte ik politiek ontheemd. Tot juni vorig jaar. Het was lekker warm toen ik EenVandaag aan had staan en een reportage zag over het nieuw opgerichte Volt. Hierin zag ik dat deze partij meedoet aan de Europese verkiezingen van 23 mei aanstaande, en als eerste en enige partij een echt Europese is. Met een progressief, en voor heel Europa gelijk, verkiezingsprogramma.

Let wel, dat wil dus niet zeggen dat Volt achter de wijze staat waarop de Europese Unie op dit moment gerund wordt. Integendeel. Volt wil juist dat de EU verandert, in zo’n opzicht dat de stemmende EU-burger veel directere invloed krijgt op hoe de macht binnen de EU verdeeld wordt en dat burgers inspraak krijgen in de bestedingswijze van de enorme pot EU-gelden. Gegeven de enorme afstand tussen de Europese kiezer en de EU lijken mij dat zeer verstandige standpunten.

Normaal gesproken stem ik niet op nieuwe partijen, maar omdat ook ik het belangrijk vind dat Europa veel democratischer en sterker wordt heb ik -net als Prem (zie afl. 6 mei) en Dominee Gremdaat– besloten om Volt te gaan stemmen. Immers, ik geloof oprecht dat de oplossing voor veel problemen in Europa kan worden gevonden. Denk bijvoorbeeld aan gezamenlijke aanpak voor het klimaatprobleem. Maar ook op het terrein van mensenrechten denk ik dat een stevig Europees blok meer voor elkaar krijgt bij de soms hele sterke en grote landen die het hiermee niet zo nauw nemen.

Of Volt een zetel gaat halen is nog maar zeer de vraag. Heeft een partij in de verkiezingen voor een zetel in de Tweede Kamer minder dan 1% van de stemmen nodig, bij deze verkiezingen is minimaal 4% van de stemmen benodigd voor een stoeltje. Toch ben ik hoopvol: een peiling van Maurice de Hond wees uit dat Volt dichtbij die 4% zit. Kortom, iedere stem telt, de mijne, alsook die van jou. En of je 23 mei nu links- of rechtsaf gaat, stemmen is altijd goed. Al was het maar om hen die voor onze democratie het leven lieten de ultieme dienst te bewijzen.