Met blogvingers nog in werkmodus en geïnspireerd door iets dat vanmorgen gebeurde was het vrij gemakkelijk te besluiten nog een stukje te typen vandaag. Dat stukje heeft overigens helemaal niets te maken met hardlopen en fietsen, zoals de foto doet vermoeden.

Nee, die foto is enkel bedoeld om -de sporthatende- Annabel Nanninga te ontmoedigen op dit stuk te klikken, mocht ze het überhaupt zien natuurlijk. Niets mis aan het feit dat ze een mening heeft hoor, alleen voorkomen dat deze grande dame van de opiniefrituur al “policorpsychose” en “dobberneger” schreeuwende op dit stuk gaat zitten is altijd beter dan genezen.

Want ja, in deze post komt een hulp vragende, gesluierde Afrikaanse voorbij, verdwaald hier in Lombok, Utrecht. Dat zeg ik met kennis achteraf, want toen ze me vanmorgen wenkte wist de -’t spoor bijstere- vrouw niet zo veel uit te brengen, anders dan een neergeslagen glimlach en een papiertje met daarop een adres, van het lokale kantoor der IND. Ze wees erop, en toen begreep ik haar vraag.

Sja, hoe leg je iemand, die geen Nederlands spreekt, uit wat de directies zijn van een specifieke straat in Lombok naar een specifieke straat in Wijk C, aan de andere kant van het spoor nota bene? Alleen ik heb een smartphone, maar goed, ik kan niet vragen of ze toevallig een fotografisch kaartengeheugen heeft, dus ik krabbel achter mijn oren en besluit het stukje van hooguit tien minuten even mee te lopen.

Ondanks dat ik heel zeker weet dat ik mijn schrijfdebuut maakte in het lokale afdelingsblad van de Lelystadse VVD, bekruipt mij toch ineens het gevoel dat ik een zogenaamd links-deugend Gutmensch ben. Ongeveer zo werd ik namelijk eens door iemand getaxeerd, nadat ik desgevraagd vertelde dat ik me in de zomer van 2015 had opgegeven bij mijn werkgever, die naarstig op zoek was naar extra handjes, in de piekdagen van noodopvang van vluchtelingen in onze hoofdstad.

De vrouw die ik escorteer geeft me andermaal het papiertje en wijst er nog eens op. Ik kan niets bijzonders ontdekken, los van wat directies in het Nederlands en het verzoek een identificatiebewijs mee te nemen. Op de vraag: you, ID?, met een gebaar van een pasje dat ik maak, schrikt ze terug en pakt snel haar portemonnee. Ze laat me haastig haar kaart zien waarop duidelijk staat dat ze een verblijfstatus heeft. Ietwat ongemakkelijk word ik van het misverstand dat zojuist leek te ontstaan, dus ik glimlach wat terug en steek mijn duim op.

Als de laatste straat in zicht is wijs ik met mijn vinger naar haar bestemming en schud haar de uitgestoken hand. Terstond borrelt er op dat gevoel van eerder een relativerende gedachte op. Volgens mij deug je niet meer of minder omdat je een verdwaald mens in hooguit tien vrije minuutjes verder helpt. Noch heeft dat verder iets met politiek correcte psychosen te maken. Goed mogelijk overigens, dat jij er anders over denkt. Vrij gezond zelfs, al gebruik je het gefrituurde weliswaar met mate.