Extra pittige mosselen

Twijfels werden spijt toen de mail van haar vriendin binnenrolde. Mayo is zacht gezegd niet zuinig met goede bedoelingen, en gelijk had ze ook toen ze erop aandrong dat ik vooral vooruit moest kijken. Maar de honderd redenen die ze tegen kon bedenken hadden niet voorkomen dat ik amper negentien uur later toch die reactie kreeg. Bij IJssalon Dam weten ze nog steeds niet waarom ik een sprong maakte toen ze mijn espresso op de counter zetten. Voor twee euro kreeg ik ook nog een croissant mee. Zij, mijn ex-vriendin, die me voor het laatst zag toen het even flink goed misging en ik in psychose raakte, had mijn nummer via de KvK opgesnort. Zeven lange jaren heb ik me vurig geschaamd, naar haar, het elfachtige modemeisje, dat nogal wat opgegeven had en lang volhardde om iets van onze relatie te maken. Aan de telefoon vroeg ze hoe het met mij ging, en in haar stem hoorde ik affectie. Wat een schril contrast met het gevoel dat je niet gezien wordt. Soms had ik over haar gedroomd, dat ik haar zag, op een festival. Boven de menigte uit zag niemand dat ik een been miste. Vol opwinding keek ik naar haar, maar ze leek niets te beleven, en bovendien zag ze me dus niet. Op één been kon ik haar onmogelijk achterna hollen. Die pijn, dat ijzige juk, dat ik altijd vredig droeg, begon te smelten. Terwijl we praatten besefte ik me dat ik heel vaak heel vrolijk was die dagen. Het leek zowaar alsof ik de schaakklok weer indrukte zodra we ophingen. Want de tijd leek zeven jaar te hebben stil gestaan, en ik voelde dat ik nog immer vrolijk was. Gelukkig ook, en opgelucht. Voldaan zelfs.’s Avonds, na een wijntje of wat, met mijn van rechts-radicale gedachten betichtte vriend, zat ik rechtop in bed. In Lelystad weten ze wat het betekent als gemaal Wortman aan gaat en de sluizen open. Zeven jaar gerijpt verdriet, het kwam er allemaal in één uur uit. Af en toe een pauze van een seconde of dertig, en hop, daarna weer verder. Tot de dankbaarheid arriveerde, en ik terstond in gedachten op vakantie ging naar Texel. Flashback, acht jaar geleden. Samen met haar lieve familie waren we in De Koog. Wim Kok was er die zomerse dag ook, maar Femke trok alle aandacht. Femke, een schattige krullekop van vier, dreef namelijk tamelijk vaardig drommen schuwe toeristen, Duits of niet, vriendelijk bijéén om ze op een prachtige dansdemonstratie te trakteren. Haar nogal nieuwsgierige broertje Stan was geboren in 2006, althans, dat stond op z’n shirt, en zat naast me bij de Mexicaan. Hij riep “Die!”, gulzig wijzend naar mijn extra pittige mosselen. Van zijn moeder mocht het, maar die gemene pepers brandden toch nog best wel in z’n keeltje, dus moest Stan steeds eerst even een beetje huilen, alvorens hij de volgende mossel aanwees. Volhardende kerel, die Stan. Precies zijn tante eigenlijk, van wie ik zoveel gehouden heb. Schaamteloos zal ik voortaan aan haar terugdenken, als ik vier dat ik leef. Vooruit kijkend. Zonder heimwee.

Extra noot: dit stuk verscheen niet alleen op Psychosenet, ik wil het ook aan dat platform opdragen. Mensen, klik op die link en grijp die mooi meegenomen boodschap in de luttele momenten die het vraagt. Toekomst, ook na psychose. Zelfs Donald Trump slaat er geen gat in.