De W van Wat niet al

Het was alweer erg stil in Lelystad en wij waren -zoals wel vaker- met z’n tweeën overgebleven. Serieus, met Toek wordt het nooit laat, wél altijd vroeg. Extravroeg. Dus op nieuwjaarsdag, tegen zes uur ’s morgens, waren we nog steeds bezig de voorbijgegane avond -en heel 2016- te “evalueren”. Toek en ik evalueren door de tijd die wij samen zagen verstrijken te resumeren in de blessuretijd van een avondje doorzakken. Ook blikten we vooruit op twintig-zeventien.

Wanneer Toek en ik geëvalueerd hebben is alles besproken en rest enkel nog de wens en het gebed (indien van toepassing). Want we waren het erover eens dat 2017 rustig, en vooral stabiel voorbij mag gaan. Daarover: binnen de GGZ wordt wel eens de checklist met de drie W’s aangehaald, echte pijlers als het gaat over een stabiel bestaan. Die W’s staan in dit geval voor: Woning, Werk en Wijf.

Uiteraard was Wederhelft was een betere derde W geweest, maar goed, ik heb ze niet verzonnen. Overigens denk ik wel dat die W’s waarde hebben, om maar even in de W’s te blijven. Een woning heb ik gelukkig al jaren, en waarachtig, dat scheelt inderdaad een stuk aan stress. Hetzelfde geldt voor de tweede W: werk.

Op dat terrein gaat het gelukkig ook prima. Bijzonder verheugd ben ik op het feit dat ik in februari weer naar de Rijksacademie in Den Haag mag om wat over mijn werk te vertellen. Ook wacht er een gastonderwijsklus op de Hogeschool van Utrecht. Bovendien heb ik per gisteren zelfs weer een arbeidscontract.

Daarmee kwam een droom uit. Niet per sé omdat ik -als zelfstandige- een arbeidscontract als droom had, maar zeker wel omdat ik redacteur bij de Universiteit Maastricht ben geworden. Voor het eerst in mijn leven ga ik schrijvend mijn geld verdienen.

Het laatste waar Toek en ik over spraken is die resterende W. En het klopt echt: mét Wederhelft sta je sterker dan zonder. Daarom deze nieuwjaarswens voor iedereen: geluk en geborgenheid van belangrijke naasten.

Een stabiel nieuwjaar allemaal!